7
februari
2019
Shift - Bureau Jeugd & Media

Gepubliceerd door Justine Pardoen in Ouders

Wat is er mis met onze tieners?

In de eerste maand van het nieuwe jaar overviel me een moedeloos gevoel: waarom is er zoveel negatieve aandacht voor tieners en hun online gedrag? Docenten en andere opvoeders worden beklaagd dat ze moeten werken en leven met deze groep ongeïnteresseerde, beeldscherm-zombies (hoewel ze daar dan ook weer zelf de schuld van krijgen omdat ze niet streng genoeg meer zijn en zelf ook verslaafd zijn aan hun mobiele scherm).

Hoe werd afgelopen jaar over tieners bericht? Niet al te best. Deze leeftijdsgroep blijft nu eenmaal omgeven met zorgen: het aantal zelfdodingen steeg, ze hebben vaker last van burn-out, raken steeds minder gemotiveerd om te leren, snuiven condooms en doen andere gevaarlijke challenges, gebruiken massaal party-drugs en willen vooral snel rijk worden door als influencer te gaan vloggen.

Is er dan geen reden voor een positief geluid? Ja, maar dan moet je naar wetenschappers luisteren van wie de onderzoeken niet in de krant komen. Onderzoeken waardoor je opgelucht kunt ademhalen, halen het nieuws nu eenmaal niet zo gauw. Daarom maken we hier nu even plaats voor een positief geluid.

Om te beginnen: uit onderzoek blijkt dat tieners veel bewuster keuzes maken op sociale media dan altijd gedacht (en gevreesd wordt) en ten tweede: ze vinden het veel leuker dan ouders denken, om met hen in gesprek te gaan. En ook ouders doen hun best, zoals deze week bleek uit het nieuwe onderzoek voor Safer Internet Day 2019. Al wisten media daar ook wel weer uit te halen dat ouders het weer niet goed doen: ouders zouden massaal stiekem gluren

Mythe 1: Online doen tieners maar wat, en houden geen rekening met de gevolgen

Natuurlijk is het zo dat tieners fouten maken: dat hoort bij hun leerproces. Voor pubers zelf heeft de Leidse Universiteit een prachtige, begrijpelijke website gemaakt, die ik ook graag tip voor volwassenen: kijkinjebrein.nl. Dat tieners door die puberhersens allerlei dingen nog niet goed kunnen, wil niet zeggen dat ze niets kunnen: heel veel gaat er ook wel goed. Maar doordat experimenteren via sociale media ook mis kan gaan, lijkt het dat ze onnadenkender zijn dan in werkelijkheid het geval is.

Uit onderzoek blijkt namelijk dat pubers weliswaar heel ad hoc beslissingen nemen over wat ze online doen, maar dat ze wel goed nadenken over wat ze anderen zien doen en daar hun eigen gedrag op aanpassen. Als je dit weet, zul je sneller een vraag stellen naar hun oordelen (vraag door zodat ze die oordelen gaan funderen) en eigen beslissingen om iets te doen via Instagram (zeg: Insta of The Gram) of Snapchat bijvoorbeeld. Probeer ook te vragen naar waar zij zelf afwijken van het gemiddelde gedrag van anderen.

Les 1: Wie ervan uitgaat dat tieners wél nadenken, bewuste keuzes maken, kritisch kunnen oordelen en dat kunnen beargumenteren, zal vragen stellen die hen daartoe uitnodigen. Probeer het eens, en je staat versteld over wat ze wél doen, denken, kunnen en willen.

Mythe 2: Tieners hebben geen zin om met hun ouders te praten over wat ze online doen

Het is de meest gehoorde verzuchting van ouders: ‘ja, makkelijk gezegd dat je met je puber in gesprek moet blijven, maar die van mij wíl helemaal niet meer praten.’ Maar het gekke is dat uit onderzoek steeds weer blijkt dat tieners dat zelf helemaal niet zeggen. Ja, ze willen geen autoritaire opvoeders die hun behoefte aan autonomie niet respecteren. Als ze bang zijn dat ze het contact met hun vrienden verliezen doordat ze beperkt worden in beeldschermtijd, dan willen ze niet met je in gesprek. Naar als dat niet aan de orde is, vinden ze een gesprek met volwassenen over hun online ervaringen juist vaak heel prettig. Ze leren van de vragen gesteld worden en ze zijn vaak bereid om ouderen uit te leggen hoe zij de online wereld beleven, hoe ze de contacten die ze daar leggen en onderhouden, waarderen, hoe ze omgaan met online risico’s… Wie de goede vragen stelt, krijgt alle antwoorden te horen.

Les 2: Wie zich oefent in het stellen van vragen waardoor ze aan het denken gezet worden, kan met tieners zeer goed praten over hun online ervaringen. Maar bedenk: je moet jezelf bekwamen in luisteren, echt horen wat deze puber jou te vertellen heeft. Neem tijd, stel alleen maar vragen, vraag ook naar gevoelens en oordeel niet.  

Kortom, er is niets mis met onze tieners; wetenschappers weten dat allang, nu de media nog.

Bronnen

Mythe 1:
Het werk van Danah Boyd, bijvoorbeeld It’s Complicated: The Social Lives of Networked Teens (2014), zie verder www.danah.org.

Mythe 2:
Alle artikelen in het project Parenting voor a Digital Future, zie http://blogs.lse.ac.uk/parenting4digitalfuture/

Gerelateerde berichten
Scholen

Naaktfoto’s en andere bedreigingen van de schoolveiligheid

Lees verder

Scholen

Vrijeschoolse mediaopvoeding, een interessante paradox

Lees verder